De Kempen in vogelvlucht sept. 2010

De Kempen in vogelvlucht

De Kempen is het hoger gelegen gebied tussen Maas en Schelde met opgewaaide zandgronden; Een gebied waar zand dominant aanwezig is. De eerste landbouwers bouwden er hun pover bestaan op, gaandeweg leidend tot een heide-economie; een groot landschappelijke geheel van heide (outfield) met kleine landbouwkernen van boerderijen en akker/graslandcomplexen (infield) en wat grotere dorpen/steden, die vooral marktplaatsen waren voor de wolproductie van Antwerpen, Mechelen, Lier, Weert, ’s Hertogenbosch, enz. Deze in de 14e eeuw ontwikkelde economie was tot halfweg de 19e eeuw een voldragen heide–economiesysteem wat bepalend is geweest voor het open landschap van zand en heide. Ondanks de achtereenvolgens Habsburgse, Spaanse, Hollandse en Franse overheersingen bleef de Kempen haar eenheid behouden tot bij de Belgische onafhankelijkheid van 1830. Deze gebeurtenis veranderde veel. Een grens werd getrokken, de Kempen werd verdeeld. [1]

De Kempen werd een woestenij, het ‘wilde westen’, een katholieke kolonie van Brussel en Den Haag, het ‘Siberië van de lage landen’. In kolonies stopte men de ‘ongewensten’ weg en het proletariaat uit de steden werd naar de landbouwkolonies verbannen, vakantiecentra voor arme kinderen uit de steden, de landlopers en gevangenen in Hoogstraten, Wortel, Merksplas, Turnhout en Lommel. De kerk bestendigde de moraal. Ook werd geringschattend gekeken naar die arme zandboertjes die met hun gemengde bedrijven op de schrale grond poogden te overleven. Velen belandden in de industriële centra die vanuit kleine gehuchten groeiden tot de nieuwe steden Tilburg en Eindhoven. De Kempen was als verre uithoek van beide landen ook geschikt om er alle zware, gevaarlijke en vervuilende industrie naartoe te ‘verbannen’ (nucleair, zink, koper, radium, munitie), om de typische grondstoffen zand, klei en turf systematisch te ontginnen, en om de arme heide om te vormen tot grootschalige houtproductie (vooral ten behoeve van de mijnen). Initiatieven voor grensoverschrijdende infrastructurele werken (water- en autowegen) ten voordele van een Kempische economie werden niet gerealiseerd. De Kempen veranderde grondig en de historische streekeigenheid ging in belangrijke mate verloren.

Echter, nood leidt tot creativiteit. Sinds de jaren dertig van de vorige eeuw onderging de Kempen stilaan een metamorfose; door Kempens ondernemerschap ontstonden hoogwaardige internationale industriële conglomeraten (Philips Janssen Pharmaceutica, DAF, ASML, VDL, Vanhool, Soudal, …) met een uitgebreide toeleveringsindustrie vanuit de dorpen en marktsteden; in de grotere omringende steden ontwikkelden de universiteiten zich in samenwerking met het bedrijfsleven tot mondiaal erkende R&D-centra (Eindhoven, Leuven, Antwerpen, Tilburg) en het midden- en kleinbedrijf ontwikkelde zich tot een economische partij van belang met een concentratie van bouwbedrijven, maakindustrie en logistiek. Ook de klassieke plattelandssectoren als land- en tuinbouw, recreatie en toerisme groeiden uit tot belangrijke economische pijlers.

Al deze initiatieven trokken nieuw hoogontwikkeld personeel van buiten aan. Deze mensen bleven wonen in de marktsteden en dorpen, kregen kinderen en participeerden; in de harmonie, de kerk, de politiek, het onderwijs enz. De Kempense marktsteden en dorpen kennen als motor het aloude verenigingsleven. De verenigingen hebben samenleven nog hoog in het vaandel staan en zijn de coöperatieve geschiedenis niet vergeten. Momenteel zien we een heropstanding van thema’s als leefbaarheid, zorg voor de ouderen en jongeren, en een groeiende weerstand tegen het sterk toegenomen individualisme en de ongebreidelde marktwerking.

Ruimtelijk laat de Kempen zich typeren als een groot natuurgebied op hooggelegen zand met open vlakten (Campina-Kempen) met daarbinnen kleine marktsteden, aan de buitenrand omringd door de grotere steden Antwerpen, Breda, Tilburg, Eindhoven,Hasselt en Leuven. Centraal in het gebied vinden we ‘Groot-Turnhout’, de 5e stad van Vlaanderen. De regio kenmerkt zich verder door grote en kleine landgoederen, natuurparken en vanuit de waterkering een groot aantal kleine riviertjes. Onmiskenbaar heeft de intensivering van de land- en tuinbouw en de groei van de industrie een sterke impact gehad op het authentieke landschap.

Naast typische kenmerken van de Kempenaren als samenhorigheid, ondernemerschap, flexibiliteit en creativiteit is vooral de Kempense bescheidenheid de oorzaak van de relatieve onbekendheid van het gebied en haar producten; “Made in de Kempen” of “I love de Kempen” zijn geen gekende slogans.

Het zijn de Kempenaren in dit grensoverschrijdend landschap van zand die de basis voor de verdere ontwikkeling vormen De economische (profit) toekomst van de Kempen ligt in de kennisindustrie (o.a. automotive, life sciences, ict, duurzame technologie, high-tech manufacturing, slimme logistiek), de intensieve land- en tuinbouw en de intersectorale Kempense belevingseconomie (Kempische producten/diensten/activiteiten/gebiedsinrichting). Wezenlijke randvoorwaarden hierbij zijn verduurzamings-ambities rondom de ruimte (planet) zoals goed rentmeesterschap voor de natuur en het erfgoed, het (re)construeren van het grensoverschrijdend nationale landschap en de uitbouw van de ecologische hoofdstructuur, de (her)inrichting van duurzame bedrijventerreinen en vrijkomende agrarische bebouwing voor (kennis)industrie, diensten en “belevings” land- en tuinbouw. Tenslotte, of misschien wel vooreerst, het welzijn van de mens (people) met aandacht voor leefbaarheid van kleine kernen en “landen”, wonen, zorg, welzijn, cultuur, enz. Sommigen noemen het de ‘koppigheid’ van de Kempenaren, die resulteert in eigen mini-culturen en een habitat waar het, na aanvaarding, bijzonder goed vertoeven is.


[1] Zie ook : http://nl.wikipedia.org/wiki/Kempen_(gebied); Historisch-Geografische Landschappen van Nederland-Dr.H.J.Keuning Gorinchem 1946; Steden en Landschappen-Ir.Stan Leurs Antwerpen 1947; Walter van den Broeck-Turnhout 2008